De meest geschikte methode voor een usability test is door gebruikers achter de computer te observeren als zij een website of applicatie gebruiken. Vervolgens bespreken we dit gedrag; wat doet men en waarom? Hoe makkelijk kan men vinden wat men zoekt?
Aan de hand van vrij surfen en een aantal (door ons aangereikte) opdrachten laten we de gebruiker in 45 of 60 minuten alle onderdelen van de website of applicatie ontdekken en bekritiseren. Naast de navigatie (structuur) gaan we ook in op de vormgeving en inhoud. De lijn van het interview stemmen we af op de status van de website of applicatie en het moment waarop we testen: testen we een concept, prototype of wireframes? Of is de evaluatie in de eindfase en is de website al (bijna) live?
Eyetracking
Naast het observeren van het klikgedrag is het ook interessant om tijdens het surfen de oogbewegingen van gebruikers te volgen. In onze onderzoeksruimte in Amsterdam beschikken wij over een computer met eyetracking (tobii.com linkje?). Op deze wijze kunnen we ook het kijkgedrag real time volgen. De techniek is geïntegreerd in een 17” monitor en kan vrijwel onmerkbaar worden ingezet.

Enkele feiten over het inzetten van eyetracking bij usability onderzoek:
- Eyetracking geeft inzicht in wat men ziet en in welke volgorde men de onderdelen van de pagina bekijkt, niet in hoeverre men ook heeft begrepen (verwerkt) wat men heeft gezien. Eyetracking is dan ook een techniek die we inzetten in combinatie met een diepte-interview. Zonder eyetracking kunnen we ook goed een website of applicatie testen. De primaire informatiebron tijdens usability onderzoek is het surfgedrag en de toelichting van de gebruiker zelf.
- Eye tracking werkt niet bij iedereen: 5-10% van de gebruikers kan niet worden gekalibreerd.
- Voor het uitvoeren van analyses met de eye tracking data (zoals een heatmap of een gazeplot) is een minimum aantal van 25 – 30 gebruikers nodig. In combinatie met een strakke onderzoeksopzet.
Aandachtspunten usability test
Verloop van het gesprek
We starten altijd met een korte kennismaking. We stellen de gebruiker op zijn gemak en gaan in op het internetgebruik in het algemeen, en wat betreft het onderwerp van het onderzoek in het bijzonder.
Daarna gaat de gebruiker vrij surfen (op basis van zijn eigen behoefte, wat hem of haar trekt of wat hij / zij doorgaans doet op de website). Door de gebruiker vrij te laten surfen krijgen we, naast inzicht in de gebruiksvriendelijkheid ook inzicht in de mate waarin (en welke onderdelen) het aansluit op de behoeftes. Welke onderdelen gebruikt men (vooral)? Welke onderdelen triggeren nog meer om te bekijken? Na het gedeelte vrij surfen laten we de gebruiker een of meerdere taakopdrachten uitvoeren, waardoor hij kennis maakt met de website of applicatie als geheel. We besluiten het interview met een algemeen oordeel.
Tijdsduur
Meestal zijn gesprekken van 45 minuten voldoende, maar afhankelijk van de grootte van de website en het aantal onderdelen (functionaliteiten) dat we willen evalueren, kan 60 minuten nodig zijn.
Samenstelling van testpanel
We nodigen voor een test minimaal 6, maximaal 8 á 9 gebruikers uit. Het aantal gebruikers hangt af van meerdere factoren:
2. Onderscheiden we subgroepen binnen de doelgroep?
3. Hoe uitgebreid zijn de functionaliteiten die we willen toetsen (hoeveel gebruikers zijn nodig om alle functionaliteiten of onderdelen te evalueren?)
Belangrijk is dat het bij kwalitatief onderzoek niet gaat om hoe vaak iets gezegd wordt, maar om wat er gezegd wordt, en welke argumenten men geeft. Een usability onderzoek levert zowel algemene learnings als praktische verbeterpunten op.
Bij de samenstelling van het testpanel zorgen we doorgaans voor een spreiding wat betreft geslacht, leeftijd en / of opleidingsniveau. Daarnaast is internetervaring, of ervaring met de specifieke website of applicatie een belangrijk criterium.
Gesprekstechnieken
Tijdens het interview maken de interviewers gebruik van kwalitatieve gesprekstechnieken: open vragen, doorvragen et cetera. De interviewer onthoudt zich zoveel mogelijk van interactie (geen commentaar, niet de muis pakken, op het scherm wijzen et cetera). We vragen de gebruiker om ‘hardop te denken’: Wat trekt de aandacht?, Wat verwacht men?, et cetera.

